Algemene Begrippen en Definities
Duurzaamheid:
De meest algemeen geaccepteerde definitie is afkomstig van de VN commissie Brundtland: “Ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen”. Kimberly-Clark gebruikt de Dow Jones Sustainability Index als haar voorkeursdefinitie:
“Een bedrijfsbenadering voor het creëren van lange termijnwaarde voor de aandeelhouder door kansen te benutten en risico’s te beheersen die voortvloeien uit economische, milieu- en maatschappelijke ontwikkelingen.”
Bronreductie:
De werkdefinitie van KIMBERLY-CLARK PROFESSIONAL* met betrekking tot bronreductie is als volgt: “Elke verandering in ontwerp, productie, aankoop of gebruik van materialen of producten (inclusief verpakkingen) die bijdraagt aan het verminderen van de hoeveelheid van deze materialen of producten voordat ze afval worden”. De meest zichtbare vorm van afval is het afval dat in de vuilnisbak gegooid wordt. Het is echter belangrijk om te onthouden dat het meeste “afval” niet zo duidelijk zichtbaar is. Als ze niet efficiënt worden gebruikt, worden materialen die in de productie- en distributieprocessen worden gebruikt al afgevoerd voordat het eindproduct de eindgebruiker heeft bereikt. Dit afval omvat bijvoorbeeld energie, water, vezels, polymeren, chemicaliën etc.
Vision 2010:
Vision 2010 is de derde fase van een programma dat gericht is op het wereldwijd verminderen van negatieve gevolgen van de productiemethoden van Kimberly-Clark voor het milieu. Dit programma, dat gestart is in 1994, bevat doelen en normen voor de volgende kerngebieden:
• Gebruik van vers water en kwaliteit van afvalwater
• (Her)gebruik van energie en reductie van CO2 uitstoot
• Eliminatie van stortafval en vermindering van afval
• Implementatie van een Milieu-, Gezondheids- en Veiligheidsbeheersysteem
Dow Jones Sustainability Index (DJSI):
De Dow Jones Sustainability Index (DJSI) volgt wereldwijd hoe leidende bedrijven op het gebied van duurzaam ondernemen scoren voor wat betreft milieu, financiële en maatschappelijke prestaties. Het jaarlijkse rapport van de DJSI is gebaseerd op een grondige beoordeling van de prestaties van bedrijven op het gebied van milieu en hun economische en maatschappelijke prestaties, waarbij gekeken wordt naar kwesties als bedrijfsbestuur, risicobeheer, certificering, klimaatverandering, normen met betrekking tot de leveringsketen en arbeidsomstandigheden. Het beoordelingssysteem van de DJSI is gebaseerd op de antwoorden van de bedrijven op de jaarlijkse Corporate Sustainability Assessment Questionnaire, evenals op andere openbare informatie met betrekking tot duurzaamheid van de bedrijven. De onafhankelijke Sustainable Asset Management Group (SAM), die het beoordelingsproces leidt, vraagt tevens verschillende analytici naar hun percepties van bepaalde bedrijven in specifieke sectoren.
Eco keurmerk: Een keurmerk dat voor externe goedkeuring van goede milieuprestaties staat en indien gebaseerd op wetenschappelijke onderzoek, het vermogen heeft om belanghebbenden te informeren over duurzaamheidscriteria. Eco keurmerken die vaak worden besproken zijn:
• Green Seal (Amerikaans eco keurmerk)
• Eco-logo/Milieukeur
• Nordic Swan (Scandinavisch milieukeurmerk)
• Der Blaue Engel (Duits milieukeurmerk)
• EU Flower
Elemental Chlorine Free (ECF):
Tijdens de productie van pulp worden ECF bleekprocessen gebruikt waarin chloorgas is vervangen door chloordioxide. Hierdoor wordt de kans op dioxine- en furaanvorming aanzienlijk verminderd.
Totally Chlorine Free (TCF):
Tijdens de productie van pulp worden TCF bleekprocessen gebruikt waarin chloorhoudende bleekchemicaliën geheel worden vervangen door zuurstof, waterstofperoxide en/of ozon. TCF is alleen van toepassing bij nieuwe vezels, omdat het niet altijd bekend is hoe gerecyclede vezels oorspronkelijk zijn gebleekt.
Process Chlorine Free (PCF):
PCF geeft aan dat er geen chloor is gebruikt in de productie van een gerecycled product. Het geeft echter niet aan dat de vezels nooit met chloor zijn gebleekt tijdens hun levensduur.
Levenscyclus van het product/Levenscyclusanalyse:
Het evalueren van de gevolgen van een product of de functie ervan op het milieu gedurende de gehele levensduur van het product, om het doelmatig gebruik van hulpbronnen te vergroten en aansprakelijkheid te verminderen; ook vaak “cradle-to-grave” analyse genoemd. De term 'levenscyclus' verwijst naar de notie dat voor een eerlijke, holistische beoordeling ook de grondstofproductie, productie, distributie, gebruik en afvalverwerking inclusief alle tussenliggende transportstappen die noodzakelijk zijn of veroorzaakt worden door het bestaan van het product, beoordeeld moeten worden. De som van al deze stappen - of fases - is de levenscyclus van het product.
Post-consumer afval:
Afvalmateriaal dat gegenereerd wordt na het eindgebruik van een bepaald product. Dit afval kan vervolgens worden gerecycled in een ander product.
Pre-consumer afval:
Afvalmaterialen die gegenereerd worden tijdens productie- en omvormingsprocessen zoals schroot, afknipsel en afsnijsel. Hierbij zijn inbegrepen overproductie, verouderde voorraad, afgewezen materialen.
ISO 14001:
ISO 14001 is een internationale norm voor een Environmental Management System (EMS). Het EMS is ontwikkeld om organisaties te helpen beheren hoe hun activiteiten het milieu beïnvloeden (bijvoorbeeld veranderingen in lucht, water of land) en om organisaties te helpen te voldoen aan de geldende wetgeving, waarbij het concept van schone productie bevorderd wordt.
De achterliggende gedachte is het instellen van een georganiseerde aanpak om de impact van milieuaspecten die een organisatie kan sturen systematisch te verminderen. Certificering wordt uitgevoerd door externe instanties, niet rechtstreeks door de ISO.
Design for Environment (DfE):
DfE heeft betrekking op integratie van een groot aantal ontwerpprincipes die proberen de algemene invloed van een product, proces of dienst op het milieu te verminderen, waarbij de milieubelastende factoren gedurende de hele levenscyclus worden bekeken.
CO2 voetafdruk:
De CO2 voetafdruk van een product is het totaal aan koolstofdioxide en andere broeikasgassen dat over de hele leveringsketen van één eenheid van dat product wordt uitgestoten; de totale netto hoeveelheid koolstofdioxide en andere broeikasgassen die wordt uitgestoten om één afzonderlijk product te produceren en als afval te verwerken.
Niet-gouvernementele organisatie (NGO):
NGO’s zijn wettelijk gevestigde, niet-commerciële organisaties die gevormd zijn zonder deelname of vertegenwoordiging vanuit de overheid. Het aantal internationaal opererende NGO’s wordt geschat op 40.000.
Forest Stewardship Council (FSC):
FSC is een internationale, onafhankelijke organisatie die gericht is op het bevorderen van verantwoordelijk beheer van de bossen in de wereld. Deze werd opgericht als reactie op algemene bezorgdheid over ontbossing en de vraag naar een betrouwbaar hout-keurmerksysteem. Het FSC heeft een systeem van boscertificering en productkeuring ontwikkeld, waarmee consumenten kunnen vaststellen of hout en houten producten uit goedbeheerde bossen afkomstig zijn, die voldoen aan de maatschappelijke, economische en ecologische behoeften van de huidige en toekomstige generaties. FSC is tevens het enige boscertificeringssysteem dat ondersteund wordt door belangrijke milieugroeperingen als Greenpeace, het Wereldnatuurfonds (WWF), The Nature Conservancy en de National Wildlife Federation.
Programme for the Endorsement of Forest Certification Schemes (PEFC):
De PEFC raad is een onafhankelijke, niet-commerciële niet-gouvernementele organisatie die duurzaam beheerde bossen ondersteunt door middel van onafhankelijke externe certificering. De PEFC biedt een garantiemerk voor kopers van hout- en papierproducten dat zij het duurzame beheer van bossen bevorderen. PEFC is een wereldwijde overkoepelende organisatie voor de beoordeling en de gemeenschappelijke erkenning van nationale boscertificeringsprogramma’s die ontwikkeld zijn in een proces met meerdere belanghebbenden.
Taiga (Boreal Forest):
Het circumpolaire, subarctische bos op hoge geografische noorderbreedtes dat gedomineerd wordt door coniferen. Aan de noordkant wordt het begrensd door toendra en aan de zuidkant door gematigd bladverliezend loofbos, steppe of half woestijn.
Gesloten kringloop recycling:
Het proces van het gebruik van een gerecycled product in de productie van een gelijksoortig product, of het herproduceren van hetzelfde product
Eco efficiëntie:
Het creëren van meer goederen en diensten terwijl er minder hulpbronnen worden gebruikt en minder afval en vervuiling worden geproduceerd
Energie-efficiëntie:
Het resultaat van genomen maatregelen om de afhankelijkheid van brandstoffen te verminderen of hierop te besparen, d.w.z. keuze voor wegvervoermiddelen met hogere MPG of het gebruik van vernieuwbare energiebronnen voor verwarming en koeling
Milieubeheersysteem (Environmental Management System, EMS):
Het deel van het algemene beheersysteem waarmee de milieurisico’s die samenhangen met het bedrijf beheerd kunnen worden. Dit omvat de organisatorische structuur, planningsactiviteiten, verantwoordelijkheden, werkpraktijken, procedures, processen en hulpbronnen voor de ontwikkeling, implementatie, het behalen, controleren en handhaven van het beleid en de doelstellingen van de organisatie op het gebied van het milieu.
Groen bouwen:
Een breed proces van ontwerp en constructie dat gebruikmaakt van technieken om milieubelastende factoren zo klein mogelijk te maken en het energieverbruik van een gebouw te verminderen, terwijl wordt bijgedragen aan de gezondheid en productiviteit van de bewoners; een veelgebruikte standaard voor het beoordelen van groene gebouwen is de LEED (Leadership in Energy and Environmental Design) certificering.
Leadership in Energy and Environmental Design (LEED) certificering:
Een certificeringssysteem dat gesponsord wordt door de United States Green Building Council (USGBC), dat normen opstelt voor de ontwikkeling van kwalitatief hoogstaande, duurzame gebouwen.
Duurzame productie en consumptie:
Het gebruik van goederen en diensten die beantwoorden aan basisbehoeften en zorgen voor een betere kwaliteit van leven, terwijl tegelijkertijd het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, giftige stoffen en uitstoot van afval en vervuiling gedurende de hele levenscyclus zo klein mogelijk wordt gehouden, zodat de behoeften van toekomstige generaties niet in gevaar komen.
United Nations Commission on Sustainable Development (UNCSD), Symposium over duurzame consumptie, Oslo, 1994.2
